Hoe hoger je komt, hoe harder en vaker het waait. Dus hoe hoger de windmolen, hoe meer die opbrengt. Je hebt dan minder molens nodig om onze stroom duurzaam op te wekken. Een ander voordeel is dat grotere molens rustiger draaien. Hierdoor vallen ze wat minder op in het landschap. Ook zijn ze vaak stiller, want de draaiende delen staan verder weg van de grond. En grotere molens zijn vaak moderner en daarmee ook stiller.

Het antwoord in cijfers: de stroomopbrengst van een windmolen is afhankelijk van de windsnelheid (in de derde macht) en de hoeveel wind die gevangen kan worden (in de tweede macht). Hoe hoger je komt, hoe hoger de gemiddelde snelheid wordt. Op 140 meter hoogte waait het gemiddeld 35% harder dan op 80 meter hoogte. Dit levert bij gelijke wieken dan 2,5 maal meer windenergie op. Maar hogere molens kunnen ook grotere wieken hebben. En 50% langere wieken leveren 125% meer windenergie. Dus hogere molens leveren flink meer stroom en dragen dus meer bij aan de duurzaamheidsdoelstelling. Ook zijn hogere molens over het algemeen stiller en draaien ze rustiger.

Tenslotte is de SDE++ als garantiesubsidie afgestemd op de nieuwste generatie hoge windmolens. Dit betekent dat windparken met lage windmolens minder kans hebben op subsidie. En dus ook minder kans om gebouwd te worden.