Vraag & antwoord
Windenergie
Windenergie
Coöperatie Vrijstad Windwinning wil ook een batterijopslagsysteem toevoegen aan het windpark. Zo’n opslag komt dan vlakbij één van de te plaatsen windturbines.
De keuze voor energieopslag in batterijen heeft twee redenen: balans brengen in de capaciteit en prijs. Dat zit zo.
Zonne-energie en windenergie zijn afhankelijk van het weer en de tijd van de dag. Zonnepanelen geven alleen energie overdag en als er geen bewolking is. Windenergie is er als het waait. Meestal waait het voldoende om energie op te wekken, ook ’s nachts en op andere momenten als de zon niet schijnt. Maar de productie van zonne- en windenergie en de vraag naar stroom zijn niet altijd in evenwicht. Door energie op te slaan in batterijen, kunnen we zorgen voor balans tussen de lokale opwek en de vraag naar energie in Culemborg.
De prijs speelt ook mee. Op zeer zonnige dagen is er vaak een energie-overschot door alle zonnepanelen op de daken en de vele zonneparken. Bij zo’n overschot daalt de prijs van energie fors. Op een zonnige zomerdag kan het zelfs leiden tot een negatieve prijs voor energieproductie. Windenergie levert dan niks op. Of het kost zelfs geld om de windenergie te leveren aan het elektriciteitsnet. Je kunt de windturbines stopzetten. Maar het is beter om de opgewekte energie op te slaan. Je kunt de energie dan op een ander moment leveren aan het elektriciteitsnet. Bijvoorbeeld in de vroege ochtenduren (tussen 7 en 9 uur) en in de late middag (tussen 17 en 19 uur). Tijdens deze spitsuren is de energieprijs vrijwel altijd positief en meestal flink hoger.
Dat weten we nog niet. Maar in ieder geval lager dan de plannen uit 2021 toen de windmolens een piekhoogte hadden van 270 meter. In het plan dat we gaan maken, komt onder andere het aantal en de hoogte van de windmolens aan de orde. Het voordeel van hogere molens is dat ze over het algemeen stiller zijn en meer schone energie opwekken. Ze zijn iets meer zichtbaar in het landschap maar draaien ook rustiger. In die zin vallen ze minder op.
We moeten ons uiteraard houden aan de nieuwe provinciale normen voor o.a. afstand tot de woningen. Dat wil zeggen twee keer de tiphoogte. Deze norm hebben Provinciale Staten van Gelderland in juni 2025 vastgesteld in afwachting van landelijke normen. Overigens staat in de landelijke concept-normen ook dat een windmolen in ieder geval op twee keer de tiphoogte van een woning moet staan.
Jazeker. Al waait het hier natuurlijk niet zo hard als direct aan de kust, overal in Nederland waait het hard genoeg voor windenergie. Er staan nog wel verder van de kust windmolens, ook in Duitsland bijvoorbeeld. En ook daar leveren ze stroom op. Dit komt omdat windmolens op grotere hoogte draaien. Als het vlak bij de grond bijna niet waait, doet het dat vaak wel op de hoogte waar de windmolen draait. Daar waait de wind ook vaak harder en constanter.
Hoe hoger je komt, hoe harder en vaker het waait. Dus hoe hoger de windmolen, hoe meer die opbrengt. Je hebt dan minder molens nodig om onze stroom duurzaam op te wekken. Een ander voordeel is dat grotere molens rustiger draaien. Hierdoor vallen ze wat minder op in het landschap. Ook zijn ze vaak stiller, want de draaiende delen staan verder weg van de grond. En grotere molens zijn vaak moderner en daarmee ook stiller.
Het antwoord in cijfers: de stroomopbrengst van een windmolen is afhankelijk van de windsnelheid (in de derde macht) en de hoeveel wind die gevangen kan worden (in de tweede macht). Hoe hoger je komt, hoe hoger de gemiddelde snelheid wordt. Op 140 meter hoogte waait het gemiddeld 35% harder dan op 80 meter hoogte. Dit levert bij gelijke wieken dan 2,5 maal meer windenergie op. Maar hogere molens kunnen ook grotere wieken hebben. En 50% langere wieken leveren 125% meer windenergie. Dus hogere molens leveren flink meer stroom en dragen dus meer bij aan de duurzaamheidsdoelstelling. Ook zijn hogere molens over het algemeen stiller en draaien ze rustiger. Bijkomend voordeel van hogere windmolens is dat de impact op vogels en vleermuizen kleiner is.
Tenslotte is de SDE++ als garantiesubsidie afgestemd op de nieuwste generatie hoge windmolens. Dit betekent dat windparken met lage windmolens minder kans hebben op subsidie. En dus ook minder kans om gebouwd te worden.
Een windmolen zoals bij knooppunt Deil (208 meter tiphoogte) levert iets meer dan 4 MW (MegaWatt) en 15 GWh (gigawattuur) per jaar op. De meest moderne windmolen op land heeft tegenwoordig een vermogen van 5-6 MW. Afhankelijk van de wind levert deze in onze regio zo’n 25 GWh per jaar.
Culemborg verbruikt zo’n 1900 Terajoule per jaar aan energie. Dit komt overeen met 525 GWh per jaar. Om energieneutraal te worden, zouden dan 525/25 = 21 windmolens van 270 meter hoog nodig zijn. Of 525/15 = 35 molens zoals bij Deil. Maar de gemeenteraad heeft in 2021 uitgesproken 72 GWh energie te willen opwekken met wind. En daarvoor zo laag mogelijke molens te gebruiken. Dit is ongeveer 14% (72/525) van onze totale energiebehoefte.
De lokale opwek van elektriciteit kan juist helpen om netcongestie te verminderen. We zijn in gesprek met lokale afnemers en projecten om lokaal opgewekte energie in te passen in het lokale energienetwerk. Zo zouden bijvoorbeeld ondernemers op bedrijventerrein Pavijen de lokaal opgewekte windenergie kunnen gebruiken. Of kan het van nut zijn bij het warmtenet van de nieuwe woningen bij het station. Zo neemt de overbelasting van het netwerk af. En kunnen ook weer nieuwe afnemers een aansluiting krijgen. Ook willen we lokale energieopslag in batterijen onderzoeken.
Kijk voor meer informatie op de website van Local4local.